Plagen (bladluis / wolluis) · Erwtenplant
De RHS noemt voor deze soort twee plagen: bladluis en wolluis. Wolluis maakt witte wollige propjes bij de voet van de ranken. ⚠ Schildluis staat niet in de lijst van de RHS; dit hulpmiddel rekent schildluis bij deze soort dan ook niet mee. De bron zet de plagen niet op volgorde van hoe vaak ze voorkomen; dit hulpmiddel doet dat ook niet.
Wat je kunt doen
- Zet de plant apart van de andere planten en controleer de voet van de ranken en de ruimte tussen de kraaltjes regelmatig.
- Haal de beestjes die je ziet er voorzichtig af; laat de plant niet nat achter (het is een vetplant).
- Is de aantasting uitgebreid of komt hij steeds terug, vraag dan advies bij een hovenier of tuincentrum bij jou in de buurt; houd nieuwe planten 2 tot 4 weken apart.
De RHS geeft voor deze soort 10 tot 25 °C op (in de bron 50-75 °F); bij jou thuis en per seizoen schuift dat. Licht: de RHS raadt veel licht aan, bij een raam op het oosten of het westen, en schrijft dat je de plant uit de directe zon houdt rond het midden van de dag, want die zon kan de blaadjes verbranden. Luchtvochtigheid: ⚠ de RHS schrijft dat je deze soort NOOIT moet besproeien. Water geven: de RHS schrijft dat je in de groeitijd (april tot september) licht giet en de grond tussen twee gietbeurten laat opdrogen; in de winter raadt de bron aan om maar heel weinig te geven, of zelfs helemaal niet. Voeding: de RHS schrijft dat je in de groeitijd (april tot september) één keer per maand of minder vaak voedt, met een HALVE DOSIS vloeibare universele voeding. Grond: de RHS raadt aan om twee delen veenvrije humusrijke potgrond te mengen met één deel tuingrind.
Deze tool stelt geen definitieve diagnose en adviseert geen middelen of doseringen. Bij een hardnekkige of terugkerende aantasting kun je advies vragen bij een tuincentrum.