Plagen (spint / wolluis / schildluis) · Schefflera
Bij de schefflera kun je in droge lucht fijne spinragjes en een doffe, gespikkelde verbleking zien (spint), witte wollige propjes (wolluis) en schildluis, die het blad plakkerig achterlaat. ⚠ In de vermelding van NC State Extension over deze soort staat geen kopje over plagen; dit hulpmiddel stelt dus niet dat de lijst volledig is en zet de plagen ook niet op volgorde.
Wat je kunt doen
- Zet de plant apart van de andere planten en controleer de onderkant van het blad en de voet van de takken regelmatig.
- Neem de bladeren aan beide kanten af met een vochtige doek of spoel ze af met water; haal de beestjes die je ziet er voorzichtig af (trek handschoenen aan).
- Bij spint kun je de luchtvochtigheid verhogen. ⚠ De bronnen zetten voor deze soort geen enkele bestrijdingsmethode boven een andere; dit hulpmiddel noemt er dan ook geen de meest doeltreffende.
- Is de aantasting uitgebreid of komt hij steeds terug, vraag dan advies bij een hovenier of tuincentrum bij jou in de buurt; houd nieuwe planten 2 tot 4 weken apart.
⚠ In de vermelding van NC State Extension over deze soort staat geen BEREIK voor de kamertemperatuur; de enige uitspraak over temperatuur die de bron doet, gaat over een plek BUITEN: de plant mag op een beschutte plek naar buiten als de temperatuur niet onder ongeveer 16 °C zakt. Dat is geen ondergrens voor de kamer, en dit hulpmiddel geeft dan ook geen bereik. Licht: dezelfde bron geeft drie klassen op: gevlekte schaduw, diepe schaduw en halfschaduw. Luchtvochtigheid: dezelfde bron schrijft dat de plant van een hoge luchtvochtigheid houdt, maar geeft geen percentage. Water geven: laat de grond opdrogen en maak hem daarna met ruim water goed door en door nat. Trek handschoenen aan als je met de plant werkt: diezelfde vermelding schrijft dat het sap een gevoelige huid kan irriteren en raadt handschoenen met zoveel woorden aan als voorzorg. Let op: de aanvaarde naam van de soort is nu Heptapleurum arboricola, Schefflera arboricola is de oude naam.
Deze tool stelt geen definitieve diagnose en adviseert geen middelen of doseringen. Bij een hardnekkige of terugkerende aantasting kun je advies vragen bij een tuincentrum.